Vier hoofdvormen
Vrijwel elke vitrinekast valt in een van vier vormen. De staande vitrine is een kast op pootjes of een sokkel, meestal 160 tot 200 centimeter hoog, met glas aan de voorzijde en vaak ook aan de zijkanten. De hangende vitrine wordt aan de muur bevestigd en is doorgaans ondiep. Het hoekmodel vult een hoek die anders leeg blijft en heeft een driehoekige plattegrond. De tafelvitrine ten slotte is een lage kast met een glazen deksel, bedoeld om van bovenaf in te kijken. Wie twijfelt, doet er goed aan eerst te bepalen hoe de verzameling bekeken zal worden: van veraf, van dichtbij, of van boven.
Van welke kant komt het licht binnen?
De vorm bepaalt hoeveel licht er in de kast valt en uit welke richting. Een kast met glas aan drie zijden laat daglicht van opzij binnen en toont voorwerpen bijna zwevend; mooi bij glaswerk en kristal, minder gunstig bij papier, textiel en beschilderde miniaturen die verkleuren. Een kast met een dichte houten achterwand geeft rust en laat kleine objecten beter uitkomen, maar vraagt bijna altijd om eigen verlichting. Een hoekvitrine krijgt van nature weinig licht en heeft daarom vrijwel altijd ledverlichting nodig.
Diepte is belangrijker dan hoogte
Bij het kiezen wordt vaak naar de hoogte gekeken, terwijl de diepte de bruikbaarheid bepaalt. Een vitrine van 20 centimeter diep is prima voor kopjes, munten of kaarten, maar te ondiep voor modelauto's op schaal 1:18 of voor grotere bouwsets. Reken bij dat soort objecten op minstens 30 tot 35 centimeter, en meet vooraf het diepste stuk van uw verzameling. Diepte kost bovendien vloeroppervlak: een kast van 40 centimeter diep loopt in een smalle kamer al snel in de weg.
Gesloten of open
Een open kast of boekenkast oogt luchtiger en is goedkoper, maar alles wat erin staat vangt stof. Bij een verzameling van tien stuks is dat te overzien; bij honderd voorwerpen wordt het schoonmaken een dagtaak. Een gesloten vitrine met deurtjes houdt het merendeel van het stof buiten en beschermt tegen aanraking. Wie kleine kinderen of huisdieren heeft, kiest bijna altijd gesloten, al was het maar omdat een deur met slot een verzameling onbereikbaar maakt zonder dat hij uit het zicht verdwijnt.
Waar de kast komt te staan
De plek in huis stuurt de keuze vaak meer dan de smaak. Tegen een binnenmuur zonder raam ertegenover staat een kast met glazen zijkanten het mooist, omdat er dan geen spiegeling in het zijglas komt. Recht tegenover een raam ziet u vooral het raam terug en nauwelijks de inhoud. In een gang werkt een ondiepe kast beter dan een diepe, al was het maar omdat u er dagelijks langs schuift. Loop de kamer een keer rond op het tijdstip dat u er meestal bent, en let op waar het licht vandaan komt; dat vertelt meer dan een plattegrond.



